• Home
  • Specifieke (medische) situaties
  • Zwangerschap en bevalling
  • Zwangerschap en bevalling

    Medimmigrant vzw - Zwangerschap en bevalling Zwangere vrouwen zonder wettig verblijf of met een precair verblijfsstatuut hebben vaak nood aan informatie over gezondheidszorg die mogelijk is in België ingeval van zwangerschap of bevalling. Verblijfsrecht en sociale rechten zijn ook onderwerp van bezorgdheid.

    De opvolging van de zwangerschap en bevalling 
     
    Sociale rechten
    Het verblijfsstatuut tijdens de zwangerschap en na de bevalling  
    De rechten van het kind  


    Opvolging van de zwangerschap en bevalling

    Om medische zorgen te krijgen, kan de toekomstige moeder zonder wettig verblijf, een aanvraag indienen bij het OCMW op basis van de procedure 'Dringende medische hulp voor mensen zonder wettig verblijf' (K.B. 12/12/1996). Ze kan aan het OCMW van verblijfplaats een betalingsverbintenis vragen voor opvolging van de zwangerschap en de bevalling. Het OCMW doet dan een sociaal onderzoek om te bekijken of ze aan de voorwaarden voldoet. Indien ze niet in het bezit is van een betalingsverbintenis van het OCMW kan ze op het moment van de weeën naar de spoedgevallendienst van een ziekenhuis gaan. Ze moet er haar situatie uitleggen en vragen aan het ziekenhuis om contact op te nemen met haar OCMW en/of het OCMW van het grondgebied van het ziekenhuis ivm. de betaling van de medische zorgen. Opgelet, ga voor het verlaten van het ziekenhuis na of deze procedure inderdaad opgestart werd!

    Indien de vader of moeder van het kind over een verblijfsrecht en een ziekteverzekering beschikt dan kan het kind ingeschreven worden op deze ziekteverzekering (zie folder rechterkolom).

    Voor gratise pre- en postnatale consultaties verwijzen wij graag door naar de  dienstverlening van Kind en Gezin of ONE (zie rechterkolom).
     

    Sociale rechten

    Iemand zonder wettig verblijf heeft in principe geen recht op financiële steun vanwege het OCMW. Maar er bestaat rechtspraak vanwege de arbeidsrechtbanken die het OCMW veroordelen tot de toekenning van financiële steun voor een zwangere vrouw voor de periode van 2 maanden voor de bevalling en 3 maanden na de bevalling. Dit omdat het volgens de arbeidsrechtbanken niet opportuun is voor moeder en kind om gedurende die maanden een lange reis en verandering van omgeving te ondergaan en dus moet het hen mogelijk gemaakt worden om gedurende die periode menswaardig te leven. Daarom is het soms opportuun een beroep in te dienen tegen een weigeringsbeslissing van het OCMW. Een voorbeeld van dergelijk beroep vindt u in de rechterkolom bij 'Formulieren en attesten'. Hou er wel rekening mee dat een beroep bij de arbeidsrechtbank verschillende maanden kan nemen. Als de Dienst Vreemdelingenzaken aan de vrouw een verlenging van haar verblijf toekende (zie verder), zal het OCMW haar vraag naar OCMW dienstverlening waarschijnlijk postief beantwoorden. Dan is een beroep bij de arbeidsrechtbank niet (meer) nodig.

    De OCMW-wet voorziet sinds 2004 dat minderjarige vreemdelingen zonder wettig verblijf met hun ouders kunnen opgevangen worden in een federaal opvangcentrum voor asielzoekers en andere categorieën van vreemdelingen. De aanvraag moet gebeuren bij het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats van de minderjarige. Het OCMW moet op basis van een sociaal onderzoek nagaan of alle wettelijke voorwaarden vervuld zijn: dat het kind jonger is dan 18 jaar, de ouders en het kind onwettig in België verblijven, de vereiste verwantschap bestaat en het kind behoeftig is.
    (meer info over de praktijk in onze nieuwsbrief van juni 2013)
     

    Het verblijfsstatuut tijdens de zwangerschap en na de bevalling

    De zwangerschap geeft geen automatisch recht op verblijf in België. Maar hoogzwangere vrouwen zonder wettig verblijf zullen niet zomaar per vliegtuig worden gerepatrieerd. Om echter te vermijden dat zij slechts worden ‘gedoogd’, kunnen zij bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een formeel ‘uitstel van vertrek’ van bepaalde duur aanvragen. Het is van belang je adres mee te delen en een medisch attest bij te voegen met de vermoedelijke bevallingsdatum dat de onmogelijkheid tot reizen vaststelt. Meestal verlengt de DVZ het bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) vanaf 2 maanden voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot 2 maanden na de bevalling. 
    Meestal wijst DVZ niet uit na 24 weken zwangerschap; ze wijzen nooit uit na de 36e week van de zwangerschap.
    Verschillende vliegtuigmaatschappijen geven het advies dat moeders niet mogen vliegen gedurende de eerste 7 dagen na de bevalling en dat baby’s niet mogen vliegen wanneer ze jonger zijn dan één maand omdat de longen van een baby nog niet voldoende ontwikkeld zijn. 

    De Dienst Vreemdelingenzaken werd door de Commissie-Vermeersch (belast met de evaluatie van het verwijderingsbeleid) en IATA (Vereniging van luchtvaartmaatschappijen) aangemaand tot extra voorzichtigheid bij meerlingen, vroeggeboorten of complicaties.

    De baby krijgt steeds het beste verblijfsstatuut van een van de ouders. Indien de moeder zonder wettig verblijf is maar de vader van het kind heeft een verblijfsstatuut dan zal het kind ook de Belgische nationaliteit krijgen. Dit op voorwaarde dat de vader het kind erkent. Een vrouw zonder wettig verblijf die bevalt van een Belgisch kind (doordat de vader Belg is), verkrijgt op basis hiervan niet automatisch een verblijfsrecht in België. Daarna dient de moeder bij de DVZ via gezinshereniging (of via art. 9 van de Verblijfswet) een regularisatie van haar situatie te vragen. 
     

    Rechten van het kind

    ► Kennisgeving en aangifte van de geboorte

    Het ziekenhuis doet na elke geboorte op de eerstvolgende werkdag een kennisgeving bij de gemeente waar het ziekenhuis gevestigd is. Daarnaast moeten ook de ouders binnen de 15 dagen de gemeente van de geboorte op de hoogte stellen door een aangifte bij de burgerlijke stand (niet de dienst vreemdelingen). 

    Sinds maart 2013 komt er naar verschillende Brusselse ziekenhuizen een ambtenaar van de stad Brussel die de aangifte in het ziekenhuis registreert waardoor de ouder zich niet meer moet verplaatsen. Als het koppel niet getrouwd is, kan de moeder de aangifte doen of enkel de vader indien hij het kind al erkend heeft. Mensen zonder wettig verblijf krijgen een formulier mee waarmee ze de geboorteakte later op de gemeente van de geboorte kunnen afhalen. Deze geboorteakte wordt in tegenstelling tot mensen met een legale verblijfsstatus niet doorgestuurd naar de gemeente van verblijf.

    ► Afstamming, erkenning en nationaliteit

    In regel wordt de echtgenoot vermoed de vader te zijn als de moeder gehuwd is.  Daarom moet zij indien ze niet gehuwd is bij erkenning van het kind door de vader kunnen aantonen dat zij niet gehuwd is. Dit moet blijken uit een celibaatsattest of een scheidingsakte, anders kan de vader het kind niet erkennen. Eventueel kan er via de rechtbank een vermoeden van ongehuwd zijn vastgesteld worden. Is een gehuwde man de biologische vader, dan kan het vaderschap op vraag van de moeder vastgesteld worden via de rechtbank.

    Is de moeder niet gehuwd, dan moet de vader het kind expliciet erkennen; dit kan vanaf 6 maanden zwangerschap mits toestemming van de vrouw. Dit gebeurt bij de gemeente of in een notariële akte. Als de vrouw geen toestemming geeft, kan de man het vaderschap afdwingen voor de rechtbank van eerste aanleg.
    Wanneer er van de geboorte geen akte werd opgemaakt (bv. bevalling zonder hulpverleners), dan staat de (juridische) moederlijke afstamming nog niet vast. De moeder kan dan best haar kind erkennen voor de ambtenaar van burgerlijke stand of voor een notaris.
    Het kind krijgt het sterkste verblijfsstatuut van één van zijn ouders die het kind erkende. Een kind dat geboren wordt uit één Belgische ouder (en erkend is door deze ouder) verkrijgt automatisch de Belgische nationaliteit.

    ► Gezinsbijslagen


    De onwettige verblijfsstatus van de moeder heeft als gevolg dat zij geen uitkeringen zal ontvangen voor haar kind. Indien de wettig verblijvende vader zijn kind erkend heeft (zelfs al is het koppel niet getrouwd of uit elkaar) dan zal het kind via hem een aantal belangrijke sociale rechten hebben.
    Via tewerkstelling of hiermee gelijkgesteld (werkloos, periode van ziekte, ...) van de vader heeft het kind recht op gezinsbijslagen (bv. kindergeld, kraamgeld en adoptiegeld). Indien hij geen recht heeft op gezinsbijslag, laag inkomen heeft en aan bepaalde verblijfsvoorwaarden voldoet, kan hij beroep doen op de gewaarborgde gezinsbijslag.