Zwangere vrouw in precaire verblijfssituatie

Zwangere vrouwen zonder wettig verblijf of in een precaire verblijfssituatie hebben vaak nood aan informatie over gezondheidszorg in België. Ze zijn eveneens bezorgd over hun verblijfsrecht en hiervan afgeleide rechten.


De medische opvolging

Het is belangrijk dat een zwangerschap medisch opgevolgd wordt om zeker te zijn dat alles goed gaat met het kind en de moeder.
De vrouw kan hiervoor contact nemen met een huisarts, een gynaecoloog of een vroedvrouw. Ze volgen de zwangerschap en voeren bepaalde onderzoeken uit (bloedafname, echografie, …).

De volgende organisaties, verspreid in de Brusselse regio, kunnen informatie geven en geven soms ook medische consultaties.

  • Kind & Gezin (in Vlaanderen en Brussel) ;
  • ONE (in Wallonië en in Brussel) ;
  • Centra voor gezinsplanning (Centres de planning familial).

De bevalling

In België bevalt het merendeel van de vrouwen in een ziekenhuis. Thuisbevalling met begeleiding van een vroedvrouw is onder bepaalde voorwaarden, ook mogelijk. Het is ten stelligste afgeraden om thuis te bevallen zonder begeleiding. In principe kan de vrouw in het ziekenhuis van haar keuze bevallen maar het is aangeraden om naar het ziekenhuis te gaan waarmee de gynaecoloog of de vroedvrouw samenwerkt.
Als de vrouw al maatschappelijke dienstverlening van het OCMW krijgt, is het beter om over deze keuzevrijheid bij de maatschappelijk werker op voorhand te informeren. Bepaalde OCMW ’s in de Brusselse regio weigeren immers ziekenhuisfacturen zonder dat ze voorafgaand akkoord gingen met bepaalde medische zorgen.

Betaling van de medische kosten

De opvolging van een zwangerschap, de postnatale zorgen en vooral de bevalling kunnen zonder tussenkomst van de ziekteverzekering, erg duur zijn.
Bij wijze van voorbeeld : de tenlastename van een bevalling zonder complicaties kost ongeveer 3500 euro. Er bestaan grote verschillen in kostprijs tussen ziekenhuizen. Om verrassingen te vermijden, is het aangeraden om op voorhand een schatting van de kost te vragen en om de extra kosten en de ereloonsupplementen van artsen te vermijden, vraag je best een opname in een gemeenschappelijke kamer.
In functie van de administratieve situatie van de toekomstige moeder, zijn er verschillende diensten die kunnen tussenkomsten voor de betaling van deze zorgen :


Privé-gezondheidsverzekering

Verschillende gezondheidsverzekeringen komen enkel tussen op voorwaarde dat de verzekering aangegaan werd vóór de bevalling. Er is ook vaak een wachttermijn.
Ziekteverzekering in een ander EU-land

In het algemeen worden zorgen die gelinkt zijn aan een zwangerschap en een bevalling beschouwd als noodzakelijke medische zorgen. Deze medische zorgen worden gedekt door de Europese ziekteverzekeringskaart (EZVK), op voorwaarde dat de vrouw niet in België verblijft met als enig doel om hier te bevallen.
In de praktijk dekt de EZVK de controles tijdens de zwangerschap en de kosten verbonden aan een onvoorziene bevalling. In de andere gevallen, zoals een geplande bevalling, is het aangeraden om op voorhand contact op te nemen met de verzekeraar om na te gaan of deze zal tussenkomen.

Echter, volgens de EU commissie, moet de tenlastename van bevallingskosten zonder voorafgaande toestemming van de verzekeraar aanvaard worden in het kader van de EU ziekteverzekeringskaart en dit specifiek in de twee volgende situaties :

  • wanneer een vrouw wenst te bevallen in haar herkomstland om nabij haar familie te zijn
  • wanneer een vrouw wenst te bevallen in het land van verblijf van haar echtgeno(o)t(e) of partner, zodat de vrouw nabij hem of haar kan zijn

We stellen helaas vast dat de meeste Brusselse ziekenhuizen de EZVK weigeren in dat kader, zelfs indien een vrouw zich in één van de bovenstaande situaties bevindt. We stellen voor dat de betrokken vrouwen ons hierover contacteren of contact opnemen met de klachtendienst van de EU commissie.

> Zie nota van de Europese commissie voor meer info over dit thema

>Meer informatie over de werking van de Europese ziekteverzekeringskaart is te vinden op de pagina over ’Ziekteverzekering in het land van herkomst’


Medische hulp van het OCMW

De vrouwen zonder inkomen die de medische kosten van de opvolging van de bevalling niet kunnen betalen, kunnen een aanvraag indienen bij het OCMW van de gemeente waar ze gewoonlijk verblijven. Deze procedure wordt gedetailleerder uitgelegd op de pagina OCMW van deze website.

Voor vrouwen zonder wettig verblijf, kunnen de zorgen ten laste genomen worden in het kader van de procedure Dringende Medische Hulp. Daarvoor moet een arts attesteren dat de opvolging kadert binnen de ‘dringende medische hulp’. Bekijk voor meer informatie de pagina Dringende Medische Hulp.

!Het is belangrijk om mee te geven dat in het kader van hun sociaal onderzoek, OCMW’s het inkomen van de man of partner van de toekomstige moeder in rekening brengen om de behoeftigheid van de moeder te bekijken. Als deze man of partner een inkomen heeft, kan het OCMW de hulpvraag weigeren. Het is dus belangrijk om de situatie van het koppel goed uit te leggen aan het OCMW (zie boven schatting kostprijs bevalling).

Verblijf en terugkeer tijdens de zwangerschap en na de bevalling


Terugkeer naar het herkomstland

Vanaf zeven maanden zwangerschap kunnen bepaalde luchtvaartmaatschappijen deze vrouwen weigeren. Voor meer informatie, raadpleeg het reglement van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij.

Voor vragen over hulp bij terugkeer, kan de persoon contact nemen met Fedasil of met een van zijn ‘terugkeer’ partners. De zwangere vrouwen kunnen immers soms een specifieke ondersteuning krijgen omwille van hun kwetsbaarheid.

> Meer informatie op de pagina Vrijwillige terugkeer op deze website


Bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

Een zwangerschap geeft geen verblijfsrecht maar een vrouw die op het einde is van haar zwangerschap is, zal niet meer gerepatrieerd worden per vliegtuig.

De Commissie Bossuyt (commissie belast met de evaluatie van het beleid inzake de vrijwillige terugkeer en de gedwongen verwijdering van vreemdelingen) heeft in februari 2019 zijn interimverslag, aangeboden aan de minister voor asiel en migratie. Aanbeveling 19 betreft de bescherming van zwangere vrouwen en stelt dat de DVZ de volgende aanbevelingen van de Commissie Vermeersch moet toepassen :

  • Tijdens een normale zwangerschap kan de verwijdering tot de 24ste week worden uitgevoerd, zelfs indien de persoon zich daartegen verzet.
  • Tussen 24 en 36 weken kan de verwijdering plaatsvinden indien de betrokkene zich niet verzet.
  • Na 36 weken mag de betrokkene niet worden verwijderd.
  • Wanneer het om een gecompliceerde zwangerschap gaat, beslist de gynaecoloog, in samenspraak met de centrumarts, op welk moment de verwijdering kan worden uitgevoerd.

We lezen in in het rapport dus een paragraaf met een instructie van de minister dat repatriëring mogelijk is tot 34 week van de bevalling als de persoon zich niet verzet.

Conclusie : De minister lijkt zich te willen engageren om niet over te gaan tot repatriëring van een zwangere vrouw vanaf de 24e week van de zwangerschap zonder akkoord en nooit na de 34e week van de zwangerschap.


Verlenging van het Bevel om het grondgebied te verlaten (BGV)

Een vrouw zonder wettig verblijf die zich in de laatste maanden van haar zwangerschap bevindt en die een Bevel om het grondgebied te verlaten heeft gekregen, kan aan de DVZ een verlenging van haar bevel vragen. De DVZ verlengt in principe dit bevel vanaf 2 maanden voor de bevalling en 2 maanden na de voorziene bevallingsdatum.
(Pagina ’Zwangerschap en bevalling, www.agii.be, geconsulteerd op 18.06.2019)

Maatschappelijke dienstverlening ingeval van behoeftigheid

Personen zonder wettig verblijf hebben in principe geen recht op een financiële steun van het OCMW.

Er bestaat echter rechtspraak van de arbeidsrechtbanken die het OCMW veroordeelt om een financiële hulp aan zwangere vrouwen toe te kennen tijdens de periode vanaf de laatste 2-3 maanden van haar zwangerschap tot de eerste 3 maanden die volgen op de bevalling. Deze rechtspraak van de arbeidsrechtbanken is gebaseerd op een arrest van het Grondwettelijk Hof van 30 juni 1999 (Arbitragehof, n° 80/99, 30.06.1999) dat stelt dat personen zonder wettig verblijf die zich een situatie van medische overmacht bevinden aanspraak kunnen maken op ruimere maatschappelijke dienstverlening van het OCMW.

De arbeidsrechtbanken gaan ervan uit dat het niet opportuun is voor een moeder en haar kind om tijdens deze periode al blootgesteld te worden aan een lange reis en aan een verandering van omgeving en dat ze dus als gevolg hiervan een leven moeten kunnen leiden volgens de menselijke waardigheid.
Zwangere vrouwen die zich in deze situatie bevinden kunnen een aanvraag financiële steun indienen bij het OCMW vanaf de 6de of 7de maand van hun zwangerschap. Hierna kan de vrouw een beroep indienen tegen de weigering van het OCMW. Hou er wel mee rekening dat de behandeling van het beroep voor de arbeidsrechtbank enkele maanden in beslag kan nemen. In bepaalde gevallen is het echter ook mogelijk om het beroep in kort geding in te dienen. De arbeidsrechtbank kan beslissen om de financiële steun retroactief toe te kennen tot het moment van de steunaanvraag indien de rechter de staat van behoeftigheid voor deze periode bewezen acht.

Opgelet !
Als de Dienst Vreemdelingenzaken aan de vrouw een verlenging van zijn verblijf toegestaan heeft (zie hierboven), dan zal het OCMW in principe positief antwoorden op deze vraag tot financiële steun aangezien de persoon niet meer zonder wettig verblijf beschouwd wordt.

> Meer informatie over de juridische basis van deze rechtspraak op de pagina ‘Maatschappelijke dienstverlening en onmogelijk terugkeren

> Zie ook het rapport van Myria ‘Terugkeer, detentie en verwijdering van vreemdelingen in België’ (2018). Dit document bevat een hoofdstuk over de rechtspraak met betrekking tot onmogelijke terugkeer in het geval van medische overmacht en de aanbevelingen van de commissie Vermeersch (zie pag. 46-49)

20 octobre 2021


Documents & formulaires
Publications
Interim-verslag van de Commissie Bossuyt
Commissie voor de evaluatie van het beleid inzake de vrijwillige terugkeer en de gedwongen verwijdering van vreemdelingen
Législation et jurisprudence